//Waar het hart vol van is...

Waar het hart vol van is...

Ken je die reclame van de Rabobank? Twee jongens, Tom en Miel, die op school slechte cijfers halen door hun dyslexie, maar door hun talent te gebruiken met een 10 slagen voor hun opleiding. Nu vertellen de jongens vol enthousiasme aan kinderen waar hun hart sneller van gaat kloppen. “Aandeel in elkaar”, noemt de Rabobank dat. Op deze manier wil de bank mensen inspireren om te doen waar ze goed in zijn en te investeren in talenten.

Werk is in onze samenleving van groot belang. Wie niet werkt, heeft iets uit te leggen, ondanks dat we nog steeds de gevolgen van ‘de crisis’ merken. Natuurlijk moet je harder je best doen om aan een baan te komen, maar onmogelijk is het niet. Desnoods begin je voor jezelf, nietwaar?
Het is één van de eerste vragen die we bij een kennismaking stellen: wat voor werk doe je? Wie geen werk heeft, bestempelt zichzelf daarmee. Net zoals degene die wel een baan heeft: wat je doet, zegt iets over je persoonlijkheid. Wie het treft een baan te hebben waarin zijn talenten naar voren komen, kan uren praten over zijn vak. Dat is op zichzelf niet ernstig, want het zegt immers iets over wie de werknemer is.

Vloertje leggen
Hetzelfde verhaal geldt ook voor iemand die over zijn hobby's praat. Je mag dan misschien een baan hebben waarin je je spreekwoordelijke ei niet kwijt kunt, een hobby heeft iedereen wel. En ook daarmee laat je zien wie je bent. Ik kan bijvoorbeeld alles vertellen over Bob Dylan en zijn muziek of wijlen Martin Bril (columnist van de Volkskrant), maar vraag me niet om een dag te helpen klussen.

Praten over je werk of je hobby('s), het lijkt alsof we dat allemaal moeiteloos doen. En met volle overtuiging. Want het zegt iets over onszelf, maar ook over onze talenten. Wie twee linkerhanden heeft, zal niet gauw vertellen over een klus aan een huis of auto. Maar wie makkelijk een vloertje legt in huis of als automonteur werkt, hoor je niet vaak vol passie praten over het nieuwe boek van Ronald Giphart.
Ook wij christenen ondersteunen onze talenten. We hebben ze immers gekregen van de Heer des huizes, en we mogen ons talent - ook al is dat er 'maar' één - niet begraven in de grond uit angst om het talent te verliezen op de beurs van het leven. Wat we hebben gekregen, moeten we inzetten, daarover bestaat geen twijfel of onenigheid.

Not in my backyard
Hier blijft het verhaal vaak bij. We zetten ons in voor onze omgeving, we werken hard om onze talenten te verzilveren in de maatschappij en we zijn best bereid om zo af en toe een Present-klus te doen, mits het iets is wat we kunnen of waar onze talenten voor nodig zijn. Op deze manier willen we evangeliseren, hoewel het soms maar de vraag is of anderen onze intenties zien en opmerken. “Hè? Hij christen? Zij gelovig? Het is dat je het nu zegt, maar het was mij niet zo opgevallen.”
Nee, evangeliseren willen we best doen, zolang het ons maar niet teveel tijd, geld of energie kost. Zodra wij – en laat ik mezelf er ook maar onder scharen- worden gevraagd om daadwerkelijk mee te doen met een evangelisatie-project, haken we af. Evangelisatie? – natuurlijk moet dat ook gebeuren, maar not in my backyard.

Babbelaars
Want evangeliseren betekent dat je moet praten. En babbelaars zijn we vaak niet. Wat moeten we zeggen? Moeten we getuigenissen afleggen? Waarover praten wij precies? Over wat God in ons leven heeft gedaan? Zo duidelijk grijpt God niet in in mijn leven, dus iets persoonlijks kan ik niet overdragen. En daarbij, Fransciscus van Assissi zei ooit eens: ‘Verkondig het Evangelie, desnoods met woorden.’ Dus praten is niet nodig, en ik draag het evangelie al uit bij mijn werk.
Natuurlijk, evangelisatie is meer dan alleen één week in de zomervakantie besteden aan het praten over God. En het is ook zeker waar dat onze daden vaak beter beklijven dan onze woorden (ik hoor niet-gelovigen al praten over “die hypocriete christenen: links lullen maar rechts rijden!”). Toch is het de vraag of het verhaal hiermee ten einde is.

Meer dan een hobby
Want christen-zijn is wie je bent, het maakt onderdeel uit van je identiteit. Christen-zijn is meer dan twee keer week hardlopen, het is zelfs meer dan een hobby. Het volgen van Christus is niet het hebben van betaald werk waar we enthousiast over kunnen vertellen, maar een christen ís iemand. Je kunt niet christelijk zijn, je bént christen, net zoals je mens bent. Dat ben je.
Net zoals je vol passie kunt vertellen over je hobby's of je talenten, zou je vol enthousiasme kunnen vertellen over je Redder. Je bent verlost, je bent gered en je bent een kind van God. Dat dit effect heeft op je leven van alle dag, dat is prachtig!

Maar waar je hart vol van is, daar loopt de mond van over. Laten we het voortdurend hebben over dat ene universele talent dat we hebben gekregen van onze hemelse Vader: dat we allemaal gezamenlijk en ieder individueel kinderen van Hem zijn.

//Aanmelden

//Magazine

Tentstof februari 2017 v1.0

//Vragen over geloven?

//Twitter

twitter @evangelisatie

//Facebook